ePortfolio, welke eisen stel jij eraan?

Ineens zie ik weer allemaal zoektochten, tips en product reclames voorbij komen met betrekking tot ePortfolio’s.

Al sinds 2002 ben ik aan het nadenken over- en betrokken bij ePortfolio’s. Eerst in het kader van het ontwerpen van onderwijs en de examenmix in het mbo. Vervolgens in mijn pedagogisch didactisch traject tot startbekwaam BVE docent, als laatste in mijn master leren en innoveren, waar het eindportfolio me de eerste keer nekte.
Deze week zag ik het portfolio in hbo ook voorbij komen, op een usb stick wel te verstaan en geprint.
Als geen ander weet ik dat  het portfolio in hbo pijnpunten kent, voor zowel de studenten als de docenten.
Het jezelf scoren van ontwikkeling op grond van bijvoorbeeld Dublin Descriptoren is geen eenvoudig klusje. Het is een talige aangelegenheid en death by portfolio ligt op de loer, vooral als er vooraf geen minimaal/maximaal eisen gesteld worden.
Het beschrijven van ontwikkeling is trouwens mijns inziens iets anders dan het aantonen ervan, maar dat terzijde.

Ook zag ik deze week ineens weer allerlei tips hoe je een ePortfolio in het basis- en voortgezet onderwijs zou kunnen inzetten en inrichten en met welke leuke online tools dat mogelijk is.

Het is voor dus weer eens tijd om wat dingen bij elkaar te zetten als het gaat over het gebruik van ePortfolio’s om zowel formeel als non-formeel leren vast te leggen.

Onderscheid

Ik ga uit van drie verschillende portfolio varianten (waarbij het een het ander niet bijt en alles in 1 portfolio geplaatst zou kunnen worden mits de techniek klopt. Ik ga trouwens ook uit van online/digitale portfolio’s, daar staat de e voor (elektronisch)

Presentatieportfolio
Eigenlijk is zo’n ePortfolio afkomstig vanuit de kunst/fotografie/modellen wereld.
Wanneer we naar onderwijs kijken, kunnen leerlingen/studenten/docenten hier laten zien waar ze trots op zijn. Kijk eens wat ik gedaan heb, hoe mooi het is en wat vind jij ervan?
Eigenlijk is LinkedIn ook zo’n presentatieportfolio.
Er heeft namelijk geen validatie plaatsgevonden van de producten. Wie checkt of mijn LinkedIn inhoud klopt?
In een presentatieportfolio is de validatie van de inhoud niet van het grootste belang.  

Een website of een weblog zou je ook als een presentatieportfolio kunnen zien.
De eigenaar is degene die bepaalt wat hij/zij er met de wereld deelt en op welke manier.
Er zijn geen vormvereisten.

Ontwikkelingsportfolio
Wanneer je leert en je jezelf ontwikkelt kun je in dit portfolio verschillende producten opnemen.
Eigenlijk monitor je daar jouw eigen ontwikkeling. Waar sta je en waar ga je naartoe?

Let wel…het is nog geen gevalideerde inhoud.
De eigenaar bepaalt meestal zelf wat er in het ontwikkelingsportfolio opgenomen wordt.

Soms geeft de docent of leidinggevende (of in het geval van EVC de ePortfolio begeleider) opdrachten aan die in dit portfolio moeten worden opgenomen. Dat is van belang wanneer een ontwikkelingsportfolio in een later stadium een beoordelingsportfolio wordt.
Soms vragen we onderling feedback om te zien of we op de goede weg zitten.

Door tussentijds bijstellen, feedback vragen en vervolgstappen plannen hou je op deze manier jouw eigen ontwikkeling bij. Dit kan zowel met producten en ervaringen uit formeel als non-formeel leren.
Wanneer je aan metingen denkt zou een nulmeting (voorafgaand aan een 360 feedback meting) ook onderdeel kunnen zijn van een ontwikkelingsportfolio.

Wanneer ik in het basis- en voortgezet onderwijs aan zo’n portfolio denk, zou het bij projecten of de ontwikkeling van het profielwerkstuk (dus niet de eindbeoordeling) gebruikt kunnen worden.

Het oorspronkelijk bedachte bekwaamheidsdossier voor/van leraren zou hier ook onder kunnen vallen. Ware het niet dat in de wet BIO de werkgever verantwoordelijk gemaakt is voor het bijhouden ervan.

Wat in onderwijs niet goed gelukt is, is het vaststellen wat er in dit ePortfolio thuis hoort en welke structuur het heeft als het in een later stadium of tussentijds gebruikt wordt als beoordelingsportfolio.
Vaak hoorde ik (in mbo maar ook bij mijn pedagogisch didactisch traject) stop maar in je portfolio.
Een grote verzamelbak van ongemeten en niet beoordeeld materiaal.


De scheidslijn (wanneer er niet goed over nagedacht is) tussen een ontwikkelings- en een beoordelingsportfolio is dus dun.

Beoordelingsportfolio.
Producten die ter beoordeling worden aangeboden en voldoen aan vooraf vastgestelde criteria horen in een beoordelingsportfolio. Het zou (technisch) zo moeten zijn dat wanneer een ePortfolio ter beoordeling wordt aangeboden dat ‘bevroren’ wordt voor een bepaalde periode. De eigenaar (deelnemer) mag in die periode niets meer wijzigen aan de ter beoordeling aangeboden producten.
Zoals ik al aangaf is de scheidslijn tussen een ontwikkelingsportfolio en beoordelingsportfolio dun.
Welke producten zijn goed genoeg om beoordeeld te worden en aan welke eisen moeten deze voldoen?


In EVC trajecten is dat vanwege de formele validering (een ervaringscertificaat)  vastgelegd.
De ‘bewijzen’ in het ePortfolio worden getoetst aan de hand van VRAAK criteria.

  • Variatie (meer dan 1 bewijsstuk),
  • Relevantie (zijn ze van belang voor de validering),
  • Actualiteit (houdbaarheid van bewijzen),
  • Authenticiteit (is het wel van de indiener)
  • Kwaliteit (voldoet het aan de vooraf gestelde eisen).

Aan de hand van scores (vooraf vastgelegd hoeveel, hoe vaak, hoe oud en hoe nieuw) wordt er gekeken of de inhoud voldoet.
Omdat het aanbieden van papieren/digitale bewijzen voor wat betreft authenticiteit best lastig is, wordt een portfolio beoordeling veelal afgesloten met een criteriumgericht interview.
Daarin wordt de kandidaat/deelnemer bevraagd over de inhoud van het ePortfolio.
Vooral authenticiteit en vaak ook relevantie komen daar aan de orde.


Na de beoordeling wordt het portfolio weer vrijgegeven en kan de deelnemer in het kader van Levenlang leren gewoon door in het portfolio.
Formeel leren is (tijdelijk) afgesloten en misschien zijn non-formele leerproducten wel meegenomen in de beoordeling.


Welke technische eisen zou je aan een ePortfolio moeten stellen?.

  1. Eigenaarschap van de data.
  2. Portabiliteit.
  3. Mogelijkheden mbt scoren, bevriezen en beoordelen.
  4. Privacy en Security.

Wie is de eigenaar?
In principe is de lerende eigenaar van het ePortfolio. De data, de inhoud en bij een presentatieportfolio ook eventueel de keuze van de look en feel zijn van de lerende.

Wanneer het ook als beoordelingsportfolio ingezet wordt, heeft de beoordelende instantie echter ook een bewaarplicht van examenstukken. Het beoordelingsdeel zal dus uit de omgeving gehaald moeten kunnen worden om te bewaren in de examenbank.

Ik gebruik daar wel eens een voorbeeld bij om het te bewaren beoordelingsdeel te beschrijven, omdat niet ALLES van het ePortfolio bewaard hoeft te worden.
Bij een praktijkopdracht ‘het plakken van een fietsband’ wordt niet de gerepareerde band maar de beoordeling van het repareren van de band opgenomen in het examendossier. Er hoeft dus maar een klein deel bewaard te blijven.

Toch zie ik veel ePortfolio’s in ELO’s of op servers van scholen zelf, die daar achterblijven als de student/leerling vertrekt. Een beetje zonde van al het werk lijkt me.
In Office 365 zie ik ontwikkelingen, maar ook de rechten daarvan liggen bij de school en niet de lerende.
Ook zie ik bijvoorbeeld ePortfolio’s op gratis websites (wordpress.com, blogger.com, wix, enz.)
Daar is de aanbieder/host eigenaar van de data en zul je je dus af moeten vragen of punt 2 dan niet van belang is, om punt 4 maar niet eens te noemen.


Hoe draagbaar is het portfolio?
Kan een ePortfolio geëxporteerd worden? Maar even belangrijk,  ook weer ergens geïmporteerd worden? Wanneer een lerende van school A naar B gaat, kan dan alles opgepakt en meegenomen worden? Kan dit altijd of moeten scholen daar zelf aan gaan sleutelen? Kan de lerende het zelf of gaan we met CD’s en USB sticks werken (of erger nog in een gratis Dropbox mapje)
Kan er dan vervolgens doorgewerkt worden in het ontwikkelingsportfolio?

We hebben het dan over standaarden.
Een van de standaarden (als we naar importeren en exporteren kijken is bijvoorbeeld XML of Scorm.
Ik kan dit weblog exporteren en ergens anders importeren. Toch is dat wanneer we het hebben over een beoordelingsportfolio en het bevriezen ervan (wie drukt op de knop bevriezen en wie op ontdooien?) lastiger.


Daarom is er een ePortfolio standaard opgesteld.
Bij de NEN is er vanuit een ePortfolio afspraak (we zouden het zo moeten doen, maar het hoeft niet) een NEN ePortfolio standaard beschikbaar.

Hierin is vastgelegd hoe data in bepaalde tabellen horen te staan. Dat betekent in elk geval dat we de dingen hetzelfde noemen. (werkervaring, opleiding, naam, geboortedatum  enz.)
Die standaard is vanzelfsprekend het meest belangrijk bij werkelijk gevalideerde of beoordeelde (te beoordelen) onderdelen.
Echter is deze bij lange na niet als standaard ingevoerd door aanbieders van ePortfolio systemen (of ELO´s waarin een portfolio mogelijkheid geboden wordt).
Zolang wij als afnemers van software dat geen issue vinden en het niet als eis stellen bij het keuzeproces, zal de maker van de software er niet al te veel tijd aan besteden.
Doordat wij wel vragen om leuke gadgets, hippe kleurtjes, aanpasbaarheid naar eigen wensen, het opnemen van toetsresultaten en metingen, is de afgesproken ePortfolio standaard niet dringend genoeg om te implementeren in de software.

Technische mogelijkheden m.b.t. scoren, bevriezen en beoordelen.
Op het moment dat we hier over gaan nadenken, is volgens mij de XML en SCORM standaard niet voldoende om het bevriezen te automatiseren. Ik heb gezien dat scholen een WordPress ePortfolio ontwikkelden en dan in de bevriezingsfase de schrijfrechten van de deelnemer (eigenaar) ontnamen. Tsja, dan gaat punt 1  rond het eigenaarschap weer niet op. Want wie is eigenaar en wie bepaalt?
Er zijn een aantal aanbieders die de NEN standaard geïmplementeerd hebben, maar daardoor andere dingen (vooral het presentatieportfolio)  weer van minder belang vinden.
Dit zijn wel zaken om rekening mee te houden als  je wilt starten met de invoering van een ePortfolio.
Wat wil je ermee?

Hoe veilig is het portfolio en met name hoe staat het met de privacy?
Het laatste punt is vooral van belang voor basis- en voortgezet onderwijs.
We hebben nogal wat wetten over privacy en sinds 1 januari 2016 is ook de wet op datalekken van kracht. In de wet op privacy staat dat er niets zonder toestemming van ouders mag worden opgeslagen zolang kinderen nog geen 16 jaar zijn.
Ook moeten data veilig zijn. Zodra het mogelijk is om de naam van een leerling te koppelen aan andere gegevens (geloof, medische gegevens, adressen) en deze gegevens worden openbaar, is er sprake van een datalek.
Gezien het feit dat kinderen/jongeren zich niet altijd te veel zorgen maken over hun privacy en veel docenten daar onvoldoende over nadenken, is het best tricky om zomaar te starten met iets portfolio-achtigs.
Ik ga het niet hebben over de patriot act maar met de komende president van de verenigde staten zou ik zelfs daar even bij stil staan.

Heel bewust noem ik geen namen van aanbieders en ontwikkelaars, die ga ik ook niet geven.
Ik denk alleen dat als je als school of individuele docent iets wilt gaan doen met welke vorm van een ePortfolio dan ook, dat deze blogpost je misschien aanzet tot het maken van weloverwogen keuzes.

Voor wat betreft universiteiten, hbo en mbo weet ik dat Surf een tijd bezig geweest is met ePortfolio vraagstukken en dat ook weer ging oppakken.
Misschien dat Kennisnet die rol op zich kan nemen voor po en vo?

Vragen stellen over ePortfolio, mogelijkheden en aanbieders kan trouwens al heel lang bij de Stichting ePortfolio for all

Oh en…een van de slechtste voorbeelden van een ePortfolio is het lerarenregister, dat voldoet aan geen enkele van de boven beschreven 4 eisen en biedt geen enkele mogelijkheid tot het presenteren waar ik trots op ben en het bijhouden van mijn ontwikkeling voor ik beoordeeld word.

In een vervolg op deze blogpost ga ik op zoek naar het gebruik van badges in combinatie met een ePortfolio





 

Waar het mis ging 43571

Nu de wetgeving rond het lerarenregister bijna rond is, maakt mijn tegen zijn niet zo veel meer uit.
Ik kan in elk geval zeggen dat ik vanaf het begin tegen was, dat is ook wel wat waard.

Een laatste bespiegeling.

Waar het mis ging?
Misschien al toen de wet BIO werd aangenomen. Niet de wet zelf maar het feit dat het een wet is waar bij overtreding geen sancties op staan.

In die wet staat namelijk al iets over bekwaamheidseisen en het bijhouden van de bekwaamheid in een zogenaamd bekwaamheidsdossier.
Wie zou dat dan hebben moeten bijhouden? Juist, de werkgever. Heeft de werkgever dat gedaan? (ik moet even op zoek naar cijfers, maar er staat mij 11,8% bij).

Heeft de docent al gemopperd over het feit dat de werkgever dat niet gedaan heeft?
Hebben alle vakbonden in de cao’s dat bekwaamheidsdossier expliciet beschreven en ook de rechten en plichten?
Is het bekwaamheidsdossier an sich ooit wel eens helder beschreven?

Zij(instromer)spoortje

Met een diploma (van de kweekschool. pabo, 2e of 1e graads lerarenopleiding) ongeacht wanneer behaald, ben je bevoegd. Met bekwaam toon je aan dat je nadat bevoegd geraakt bent, je vakkennis en vaardigheden hebt bijgehouden.
Je mag dus als je in 1980 bevoegd geraakt bent gewoon in het lerarenregister en hoeft je pas in 2022 zorgen te gaan maken over herregistratie. Inmiddels hoef je ook niet meer 0,2 fte bij een school in dienst te zijn en zullen er nog wel wat meer drempelverlagers bedacht zijn.

(Brexit déjà-vu: Heeft iemand trouwens een tellertje bijgehouden van de leeftijd van de nee-stemmers?)

Vervolg …waar het mis ging.
Veel werkgevers dachten dat het personeelsdossier en het bekwaamheidsdossier uitwisselbaar waren. Geen haan die ernaar kraaide…de werkgever niet, de werknemer niet, de raden niet, de bonden niet en de minister niet.

De werkgever en de werknemer hadden allang in de smiezen hoe het zat met bevoegd en bekwaam. Want het is namelijk erg duur om mensen te faciliteren om bevoegd te raken als je dat als eis stelt voor een vaste aanstelling. Het is ook erg tijdrovend en inspannend om een paar jaar terug te gaan naar school om die bevoegdheid te halen als je het af kunt met een PDG’tje van een jaar.
Gewoon geen slapende honden wakker maken.

Er waren niet veel leraren die toen riepen: stoppen, afblijven want het is MIJN bekwaamheid en daarover gaat helemaal niemand behalve ikzelf.

Wat is er nog meer mis?
Het eigenaarschap van de data, de techniek en de uitwisselbaarheid van die data.
Van wie zijn de data in het register?

Ik heb al vaker verwezen naar technische oplossingen die eenvoudig te realiseren zijn.
Deze oplossingen zijn er al en voldoen aan strenge veiligheidseisen en aan een (ePortfolio) standaard.
Data zijn te importeren en exporteren. Als ik uit onderwijs wegga, exporteer ik alles in een keer en kan ik alles met een druk op de knop ergens anders importeren. Lang leve standaarden.


Ik hoef dan niet zelf certificaten te uploaden..ik hoef het behalen ervan alleen te bevestigen en vice versa. Systemen communiceren met elkaar, zonder dat er mensenhanden tussen zitten die er ook nog eens (wel of niet bevooroordeeld) overheen plassen.

Als ik nu in 1 systeem (mijn eigen portfolio) alles bijhoud en aan de achterkant gewoon de akkoord vinkjes aanzet: wissel maar uit met….?  Dan bevestigt de werkgever de ene keer hoe fantastisch ik wel niet ben en de andere keer gaat de keuringsdienst van de Onderwijscoöperatie ermee akkoord.
Niets tijdrovends aan.

Ik kan als leraar ook zelf besluiten wat ik deel met de rest van de wereld.
Daarmee laat ik zien dat ik echt trots ben op mijn vak!

Duur?

Alsof dit hele welles nietes spelletje goedkoop is en alsof we hier een stap verder mee komen.

Nog meer mis laten gaan?
De goede vragen stellen, veiligheidseisen stellen en het eigenaarschap afdwingen, daar gaat de stap die nu gezet wordt over.
Het is JOUW bekwaamheid en het zijn JOUW data, zorg er dan voor dat het eigenaarschap en de inhoudelijke te stellen eisen bij JOU liggen.
Lukt dat niet, dan mag je tegen blijven, maar dan is het een weloverwogen NEE en geen meeloop NEE.

Laat het eigenaarschap niet afpakken door de vergankelijk politieke mannen en vrouwen.
Door nee te zeggen verschuiven we het probleem naar de toekomst en daar maak ik me best zorgen over. Ik maak me namelijk zorgen over de uitkomst van verkiezingen in maart!

Met mijn  kvk nummer, zit ik sowieso aan de verkeerde kant van de onderhandelingstafel, dus wie ben ik om er iets van te vinden.

Mij hoor je er niet meer over.

Terugkijken en vooruitdenken.

Nu de studie erop zit, wordt het tijd eens goed na te denken wat ik komend jaar wil gaan doen. Het afgelopen jaar was het eerste volle jaar als zelfstandig ondernemer en lag de focus enkel op de studie. De opdrachten die ik in de loop van het jaar aangenomen en afgerond heb, rolden op mijn pad en tegen (bijna) alle opdrachten heb ik grif Ja gezegd. De schoorsteen moet ook hier roken en dus is het vaak zonder na te denken gegaan.

De komende periode ga ik hier dus reflecteren op mijn activiteiten van het afgelopen jaar en een aanzet maken om met een goede focus het nieuwe jaar in te gaan. Misschien bijt ik soms in de handen die mij voeden, maar ook dat hoort er wat mij betreft bij.

Een aantal zaken die ik afgelopen jaar gedaan heb, wil ik beter uitwerken en meer doordacht in mijn zakelijke aanbod opnemen. Vandaag begin ik gewoon met een opsomming en probeer daar de komende weken eens een goede beschrijving van te geven.

Communicatie in onderwijs. Communicatie op Sociale Media, Mediawijs communiceren, Crisiscommunicatie, Communicatie met ouders……en ga zo maar door.
Daar valt (zeker in het basisonderwijs) nog een wereld te winnen. Maar ook in de mij bekendere onderwijswereld het MBO is er nog zo veel te doen. Alleen al het omzetten van een ministerie van zenden naar een ministerie van luisteren en communiceren, is op sommige plaatsen hoog nodig.


Mediawijsheid van leraren en studenten.
Mijn bordspel is inmiddels gratis beschikbaar gesteld, maar ik wil er nog aan sleutelen en er een passend aanbod bij doen in combinatie met de communicatie poot. Denk daarbij aan afspraken die je met elkaar maakt, maar ook met je leerlingen/studenten.
Ik heb inmiddels een mooi start micro krediet om een leerlijn te ontwikkelen voor het mbo, mediawijs solliciteren. Dat past er natuurlijk prima bij en dan kan ook het aanbod van werknemer naar merknemer eens wat beter beschreven worden. In het kader van ‘practice what you preach’ is het een goed vervolg.

Gamification in het onderwijs.
Inmiddels heb ik een keuzemodule voor de eMinor van de Hogeschool Rotterdam verzorgd en ook de reguliere module over Gamification in het onderwijs. Afgelopen week mocht ik bij Codarts in Rotterdam mede invulling geven aan de projectweek Gamification.
Natuurlijk was gamification ook een deel van het theoretisch kader in mijn onderzoek voor de master leren en innoveren en het bordspel Spelender(media)wijs is er een opbrengst van.
De opbrengsten die uit de eMinor, projectweek en mijn onderzoek gekomen zijn, ga ik leesbaar formuleren en als pakket aanbieden. Voor een deel geef ik dat gewoon weg, maar het zou mooi zijn als we samen aan de slag konden.

Bekwaamheidsdossier leraren.
Er ligt een gebruikt en getoetst product, vergezeld van een aantal papers die erover geschreven zijn. Oppakken en gewoon in de markt zetten dus. Vooral in samenspraak met scholen en de onderwijscoöperatie, want ik blijf tegenstander van het lerarenregister zoals het nu vormgegeven wordt.

Bloggen, onderzoeken, schrijven, netwerken, boundaries crossen, lesgeven. Wat ga ik nu doen met de opgedane kennis, ervaring en vaardigheden in de Master Leren en Innoveren en ga ik mezelf in de markt zetten als innovatie inspirator?

Voor nu…duik ik in de boeken en hou me de komende dagen bezig met “mijn professionele identiteit” daarvoor heb ik het boek Je Binnenste Buiten van Manon Ruijters liggen en dwaal soms af naar Biesta, Noordergraaf en Weggeman.

Suggesties, denkrichtingen en tools zijn van harte welkom.

Guerrilla onderzoek naar #dagvandeleraar.

Gisteravond bedacht ik ineens, ik kan morgen bijna 80 leraren in opleiding (zowel deeltijd als voltijd) eens bevragen. Bevragen over het leraarschap, de reden waarom zij de keuze om de opleiding te volgen gemaakt hebben en of de #dagvandeleraar ook tussen hun oren zit.

Het verslag van de dag.
Ik startte om 9.00 uur met de vraag aan ruim 20 2e jaars leraren Engels in opleiding, weten jullie wat voor dag het is? De antwoorden: maandag, 5 oktober en te vroeg voor deze dag,  werden als niet geldig bestempeld. 1 student wist te melden dat het de #dagvandeleraar was. Bij verder vragen (en handopsteken voor de kwantitatieve data) bleek 90% niet op de hoogte te zijn van dit heuglijke feit. Op verzoek van Henk ter Haar  (#eduvonk) stelde ik ze vervolgens de vraag: Wie of wat inspireerde jou om voor onderwijs te kiezen? Dat deed ik met behulp van Todaysmeet. De studenten werd gevraagd liever geen reactie te geven dan een balorige/onzin reactie, dit in verband met de validiteit en betrouwbaarheid van de kwalitatieve data.
Bij het openen van de eerste reacties stond: $$$$$ en Deutschland Deutschland uber alles tussen de reacties. Na verwijdering van deze door mijn persoonlijk als niet geldige data bestempeld, bleven over:

  • Je kunt met ieder HBO-papiertje aan de bak, overal. Dus Engels is lekker makkelijk.
  • Hetgeen wat mij inspireerde was irritatie en het gebrek aan correct basisniveau Engels. Ik wil dat wegwerken bij mijn leerlingen.
  • De genen wie mij inspireert zijn mijn ouders. Ze werken allebij in het onderwijs.

Lesgroep 2, ook 2e jaars leraren Engels in opleiding. Hier was 100% per mail op de hoogte gebracht over de #dagvandeleraar. Bij mijn vraag: wie was gisteren op de hoogte van de #dagvandeleraar was wederom 90% niet bekend met het fenomeen. De Todaysmeet werd door 0 personen ingevuld, na mijn uitleg over de ervaring bij de vorige lesgroep.

Tussen 13.30 uur en 15.50 uur (geen lesgroep) ging ik vanzelfsprekend op zoek naar de dozen taart, de bossen bloemen, de rode lopers en het hoempaorkest.
Helaas…. niets gevonden.

Om 15.50 uur startte de laatste fase van mijn guerrillaonderzoek en wetend dat dit deeltijd studenten waren, had ik goede hoop. Kwantitatief was in dit geval 25% niet op de hoogte van de dag van de leraar. In dit geval zijn er in deze klas ook mensen die in een omscholingstraject zitten. De Todaysmeet leverde hier op (bijna alle studenten vulden in), ze zijn te mooi om reacties weg te laten.

  • Mij trok niet zozeer het onderwijs maar juist de biologische kant (leraar biologie). Vanuit dat standpunt ben ik gaan kijken naar de mogelijkheden.
  • Nu ik een aantal jaar voor de klas sta merk ik dat ik ook vooral de interactie met kinderen heel leuk vind, net als eigen ‘baas’ zijn in de klas.
  • Mijn eigen schoolperiode.
  • Om kinderen iets bij te brengen en zo een rol te kunnen spelen in hun ontwikkeling.
  • Kennisoverdracht en werken met jongeren.
  • Mijn vader was mijn inspiratie, hij gaf les en nu ik ook.
  • Het zit in het bloed, ineens wist ik het: Ik ga het onderwijs in! Kinderen onderwijzen en eigen enthousiasme in de praktijk weten te brengen.
  • Mijn natuurkunde docent op dezelfde school waar ik toen zat en nu zelf werk.
  • To make a difference.
  • Mijn kleuterjuf, ik wilde ook lesgeven. Het maakte toen nog niet uit in wat. Paardrijden, turnen, kleuterjuf.
  • Wat mij inspireerde om leraar te worden is dat je als leraar studenten kan motiveren en inspireren om een vak of iets leuks te vinden.

Maar ook:

  • Ja, het was dit of conducteur worden 🙂

Conclusie:

We hebben nog een forse klus te klaren als het gaat om te helpen bij het ontwikkelen van de beroepsidentiteit van voltijd leraren in opleiding. Het denken maar ook het handelen als leraren zit nog niet in hun systeem.
Deeltijd studenten zijn veelal al werkzaam in onderwijs, kennen dus de dag van de leraar en hebben (gezien de reacties) een weloverwogen keuze gemaakt om met de studie te beginnen. Daar hebben wij een nobele taak ons bewust te zijn van de zware studielast en de spagaat over de inhoud die zij nodig hebben en dat wat school hen biedt.

Breder gezien (extra data):

Op Twitter zie ik heel veel leraren in alle schoolsoorten waar de #dagvandeleraar op geen enkele wijze door directie, management of Colleges van Bestuur is aangegrepen eens een (makkelijk) schouderklopje te geven, de waardering uit te spreken en de leraar eens op een voetstuk te plaatsen.

Wanneer er gezegd wordt dat de leraar het verschil maakt, leraren trots op hun beroep moeten zijn en we een beroepsstandaard  moeten hebben. Gaat dan niet op: Voor wat hoort wat?

Besturen, CvB’s en directies die op geen enkele wijze deze zeer makkelijke mogelijkheid tot het geven van een schouderklopje hebben aangegrepen, zullen zich hopelijk spijtig achter de oren krabben als de leraren het bijltje erbij neergooien en zeggen nu is het genoeg.

Is het in onderwijs al zo erg gesteld dat zelfs de koekjes uit eigen trommel niet eens meer bij de koffie van de leraren liggen?

NB: Besturen, CVB’s en directies, die (want dat zijn er ook veel) wel aandacht hadden zullen zich vanzelfsprekend niet aangesproken hoeven voelen en gaven het goede voorbeeld. Want ook daar zag ik zulke mooie verslagen van!!!
voorbeeld

Pedagogisch didactisch dilemma van een zij-invlieger

Als zij-invlieger bij een Hogeschool geef ik een module van 8 weken aan tweedejaars deel- en voltijd studenten van de lerarenopleiding.
Dat betekent dat ik eigenlijk niet echt een heel sterke binding met de studenten heb. Die 3 lesuurtjes in 8 weken, maken niet dat ik zelf het idee heb onderdeel uit te maken van hun studie. De 2 punten binnenslepen voor een module is eigenlijk de enige motivatie die veel studenten hebben. Laten we het niet over de inhoud hebben, maar misschien dat het wel meespeelt.

Persoonlijk heb ik er vanaf de eerste lesdag (vorig jaar ook bij de eerstejaars) op gehamerd dat de studenten zich zouden moeten gedragen als “leraren in opleiding” en niet als puberale middelbare scholieren. Dat betekent dat ik van hen verwacht dat ze: op tijd komen, hun jas uittrekken als ze in een leslokaal zitten, niet eten bij de computers en we elkaar bij binnenkomen en vertrek gedag zeggen. Geen gekke vragen toch?
Ik ben er om hen verder te helpen, hoop ze te motiveren om een mooi en bruikbaar eindproduct op te leveren.  Ik ben er niet om “vriendjes” met ze te worden. Ik hou van  de humor van jongeren, hun gesprekken en wat hen bezig houdt.  Ik ben dus oprecht geïnteresseerd in hen als persoon en vraag daar ook regelmatig naar. De sfeer in de les is buiten dit dilemma (correctiemomenten) prettig, informeel en veilig.

Studenten telkens blijven aanspreken op (naar mijn opvatting) ongewenst gedrag, maak ik het daarmee alleen mezelf maar moeilijk?

Omdat ik – en met mij veel studenten –  niet woon in de plaats waar de school staat, is de start om 8.30 uur op maandag best lastig. De eerste lesweek was dat ook te merken want de helft van de studenten druppelde na 8.30 uur binnen. Bij mijn vraag over de aanvangstijd van de les, werd aangegeven dat in de regels van de school staat dat je tot 5 minuten na de start van de les nog mag binnenkomen. Het academisch kwartier in wording wat mij betreft.
Aan het eind van de les heb ik afgesproken dat we de starttijd naar 9.00 uur konden verplaatsen, mits ze de volgende week allemaal op tijd waren. Voor het op tijd zijn is de klok in het leslokaal leidend en niet een telefoon van iemand.

8.30 uur gisteren:
2 nieuwe studenten die ik even op weg wilde helpen, 4 studenten…die zich hadden vergist en mooi vroeg binnen kwamen. Een aantal studenten klokslag op tijd en dan gaat de deur dicht.
Twee minuten over negen…..kijk (telefoon omhoog houdend) wij zijn op tijd. Vijf over negen……mag ik er nog in?
Kwart over negen, dan is mijn geduld even op. Binnenkomen met oordopjes in, muziekje aan en de klas in lopen. Bij mijn opmerking dat de aangekomene fors te laat was en dat ik eigenlijk vond dat ie niet meer welkom was, kreeg ik “een grote bek” en een heel lang boos verhaal toe. Ik heb hem erin gelaten (oh wat inconsequent) en ben in de pauze even met hem gaan praten. We hebben samen de kreukels gladgestreken en hadden een goed gesprek over het “zijn van een leraar in opleiding”.
De studenten die zonder afmelding wegblijven heb ik hier nog niet eens meegerekend.

Van de lestijd neem ik maar een halfuur frontaal in beslag voor het terugkijken op de vorige keer, de verwachtingen van deze les, het uiteindelijke (gewenste) resultaat van deze les  (ja ik heb een lesvoorbereidingsformulier waarop ik gewenste doelen en resultaten voor mezelf beschrijf). Ik vind dat studenten een onderzoekende houding moeten ontwikkelen, zeker als het gaat om iets ICT’erigs…ontdekkend leren dus. Vragen mag, ik help je graag, maar ik neem je niet aan het handje mee en doe het ook niet voor, help elkaar.

Ondanks mijn verzoek om de beeldschermen even met rust te laten en de ogen even van mobieltjes te houden, is dat een blijvend probleem. Vooral de studenten achterin het lokaal (man man wat zou ik dat graag herinrichten) roffelen vrolijk door. Prima, maar zoals uit onderzoek is gebleken, multi tasken bestaat niet. Dus wanneer er daarna vragen komen over datgene dat ik net verteld en uitgelegd heb, laat ik ze even spartelen.

Eten boven de toetsenborden, als ik het zie….hoef ik vaak alleen even mijn wenkbrauwen te fronsen. Maar  blijkbaar vertrekt het verbod van eten met de docent, want bij mijn binnenkomst na een pauze (studenten kunnen als ze willen doorwerken) zaten er 2 heerlijk de bammen pindakaas boven het toetsenbord weg te happen (een kleuter deja-vuutje).

Natuurlijk blijf ik hen steeds de spiegel voorhouden: wat doe jij dan als je op stage bent en de verantwoording voor een les hebt? Hoe pak je dat aan als leerlingen in jouw les te laat komen? Vind jij het wel goed als ze met hun jas aan zitten? Hoe reageer je als leerlingen jou als leraar een grote bek geven? Hoe ga jij om met eten boven een toetsenbord?

Waar kies ik nu als zij-invlieger voor?
De lieve vrede bewaren en hen lekker laten aanrotzooien? Het zijn hun studiepunten niet de mijne?

Of toch die constante correctiemomenten en hen de spiegel voor blijven houden?
Het laatste zit in mijn aard en ik vind ook dat wij daar als lerarenopleiders allemaal naar zouden moeten handelen en consequent in zouden moeten zijn……maar ja….het maakt het er niet leuker en makkelijker op.

En antwoorden als…..bij ons is alles anders…..geloof ik niet, alleen als ik mag komen kijken!!

VOGpost

Gisteren zag ik een nieuwsbericht langskomen dat er een nieuw register in het leven geroepen wordt en wel voor medewerkers in de kinderopvang. Dit betreft een personenregister waarin op grond van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) constant gescreend wordt of de betreffende medewerker geen (tussentijdse) strafbare feiten pleegt.
Natuurlijk is dat een mooi streven want we willen allemaal dat onze (kleine) kinderen in veilige handen zijn.

Maar wacht eens……moeten niet alle mensen die in Nederland met kinderen/jongeren werken een VOG hebben? In hoeverre wordt dit register straks ook gebruikt voor mensen die bij een sportvereniging en zo werkzaam zijn (trainers, Akela’s, buurthuismedewerkers?)

En…hoe zit het dan met een (actuele) VOG voor mensen werkzaam in PO, VO, MBO en HBO?
Ik wilde het even stil houden, want mij is niets gevraagd bij de tijdelijke aanstelling en wie weet maak ik slapende honden wakker….maar toch. Het is verplicht en de onderwijsinspectie let er (in 2011 geschreven) heel streng op (zeggen ze).

Er is momenteel van alles te doen over het lerarenregister en ik heb daar inmiddels genoeg over gemopperd en gezeurd. Had trouwens al iemand voorgesteld om de digitale koppeling bevoegdheid/diploma te maken naar het online diploma register van DUO of opper ik nu ineens twee ideeën tegelijk?

Als een leraar in 2017 niet in het lerarenregister ingeschreven is, is hij/zij onbevoegd om les te geven. Hoe dat arbeidsrechtelijk vorm gaat krijgen weet alleen de minister. Raakt de beste onbevoegde niet geregistreerde zijn baan kwijt of word er een andere taak voor hem/haar bedacht?
Hoe zit het dan met een mooie bevoegde en zichzelf professionaliserende docent waaraan nooit gevraagd is om een VOG in te leveren? Stel nu dat hij/zij die ook niet kan overleggen om de een of andere reden? Ik ga ervan uit dat in het kader van de privacy van een leraar de rechterlijke macht geen meldingsplicht heeft bij de werkgever, of is dat wel zo? Dan kan het dus zomaar zijn dat de VOG uit 1979 nog in het personeelsdossier zit maar van geen enkele waarde meer is.

Kom, als we dan toch allemaal in het register moeten en de minister daar wel een paar miljoen voor over heeft, lijkt het mij mooi om niet alleen een diploma uit 1972 in te moeten leveren maar ook een actuele VOG verplicht te stellen. Op die manier nemen we de (bijna voormalig) werkgevers toch heel wat controlewerk uit handen, want ik durf te wedden dat niet 100% van de in het onderwijs werkzame bevoegde bekwame docenten een VOG in het personeelsdossier hebben zitten.

En dan tuigen we daar net als bij de uitvoerder van het BIG register (CIBG) een mooie organisatie voor op. (Verrassenderwijs zie ik dat het lerarenregister ook genoemd wordt in het organogram).

Mooi idee he? Gaan we doen!!

organogram

Lerarenbekwaamheid op de grenzen tussen beleid en uitvoering, themapaper MLI

Al verschillende keren heb ik geschreven over het lerarenregister en een bekwaamheidsdossier voor leraren. Daarom deel ik graag mijn paper uit de master leren en innoveren over dit onderwerp.

Voor het thema Ecologie van Innoveren is een case study uitgevoerd door middel van een guerrilla onderzoek. Daarvoor is met name de theorie van Boundary Crossing  gebruikt.
Hier vormden  twee publicaties van Akkerman & Bakker de hoofdbron, te weten:

Akkerman, S.F. & Bakker, A. (2012). Het leerpotentieel van grenzen. ‘Boundary crossing’ binnen en tussen organisaties. O&O, 1 15-19.

Akkerman, S.F. & Bakker, A. (2011). Boundary crossing and boundary objects. Review of educational research, 81(2), 132-169.

Er is in januari 2015 een (klein kortlopend)  onderzoek gedaan om antwoord te vinden op de vraag: wat gebeurt er op de grens tussen wat OC&W voorschrijft en hoe de onderwijspraktijk dit uitvoert, daar waar het gaat om het vastleggen van professionaliseringsactiviteiten?

Hiervoor zijn de grenzen tussen de verschillende praktijken onderzocht. Deze praktijken zijn het ministerie van OC&W, de onderwijscoöperatie (als beoogd bruggenbouwer) en de onderwijspraktijk waaronder zowel de onderwijsprofessional (leraren vallend onder de wet BIO) als het bevoegd gezag (werkgevers) vallen.

Binnen boundary crossing kan er sprake zijn van zogenaamde grensobjecten. Dit zijn objecten die in meerdere kennispraktijken worden gebruikt en binnen die praktijken een andere functie kunnen hebben. In deze paper zijn dat zowel het lerarenregister als het bekwaamheidsdossier.
Juist omdat het onderzoek plaatsvond tijdens de pilot lerarenregister/bekwaamheidsdossier bij mijn opdrachtgever in de master leren en innoveren en de lopende ontwikkelingen rondom de verplichte registratie in het lerarenregister zijn de resultaten en discussie misschien de moeite waard.

Dit is de eerste keer dat ik een paper uit de master Leren en Innoveren durf te delen omdat ik eigenlijk stiekem wel trots ben op het eindresultaat.
Met enkele kleine kanttekeningen is dit volgens mijn beoordelaar een paper op masterniveau.

De paper kun je hier downloaden

 

Op naar het afstudeertraject….

Of je worst lust…..TOPPER

Dit verhaal gaat over onze jongste telg, inmiddels een prachtige man van 23 jaar, kind van gescheiden ouders, schoolhater en een voorbeeld van de muren waar je in onderwijs tegenaan kunt lopen.

Gewoon een heel slimme leerling die op de basisschool eigenlijk verschrikkelijk lui werd en een weerstand tegen lezen kreeg vanwege het wachten op de rest van de klas.
Prachtige Cito score en natuurlijk dan naar de school waar broer en zus ook op zaten. Aha….jij bent de broer van …..u snapt dat het afhankelijk was van de ervaringen die de leraren met of de broer of de zus hadden, van invloed waren op het vervolg.
Na veel overwegingen ging hij tweetalig gymnasium doen, maar meer omdat dan die klas kon starten vanwege het minimaal aantal leerlingen. We hebben thuis wat gesteggeld met hem…joh een gymnasium is niks anders dan VWO met Latijn of Grieks.
Hij modderde zijn middelbare schooltijd door tot 4 VWO (tweetalig), veel spijbelen, matige cijfers en dus zittenblijven. Het hele jaar overdoen, dat heeft zijn schoolcarrière genekt…het uitzitten van lessen het herhalen van steeds hetzelfde en vooral het verlies van sociale aansluiting bij wel overgegane klasgenoten.

De studieuze houding die ontbrak en dus toen hij weer een bespreekgeval was, was het dag school.
Een tweede keer zittenblijven kon niet, afstromen naar 5 HAVO ook niet.
Instromen in niveau 2 MBO voor een afgegleden VWO leerling was als vervolg absoluut geen optie. Dat zou uitgedraaid zijn op erger.
De VAVO dus…en hangend en wurgend het HAVO diploma in de pocket.

Jaartje werken, beetje hangen, beetje HBO hier….beetje HBO daar. Wetend dat het schoolse hem gewoon niet paste en hij ook eigenlijk niet wist wat hij wilde worden…allemaal verloren tijd. Wat dacht je dat zoiets doet met het zelfvertrouwen van een jongvolwassene?

Vorige zomer hakte hij de knoop door……ik ga kok worden…want ik vind koken leuk en ik denk dat ik dat kan. Natuurlijk is een 23-jarige geen voer voor een reguliere BOL of BBL opleiding….de stagebedrijven willen geen volwassen mannen die een 2e kans zoeken.

Gelukkig is er een niet al te goedkope maar wel erg goed bekend staande oplossing, een contractopleiding kok. Zo volgde hij afgelopen jaar de donderdagen een contractopleiding kok niveau 2. Dat er geen enkele werkgever de kans bood om ervaring op te doen,  even terzijde.

Vandaag kwam de de (voorlopige) uitslag van zijn examen, een 9 voor de praktijk en een 7,5 voor de theorie.

In mei stapt hij op het vliegtuig naar Mallorca om daar tot september in een eetcafé te werken en ervaring op te doen. Als ie terugkomt zal er hopelijk genoeg op de bankrekening staan om ook de contractcursus zelfstandig werkend kok te volgen.

Hij gaat het redden, ik ben zo trots op hem….TOPPER.

Nu nog een bedrijf dat hem de kans geeft om ook de broodnodige praktijkervaring te gunnen en hem eindelijk eens het gevoel te geven dat hij er toe doet op de arbeidsmarkt.

Kom maar door met de aanbiedingen om een prachtkerel van 23 vanaf september mee te helpen zich te ontwikkelen tot een prachtkok die gelukkig is in datgene wat hij doet en weet wat hij kan en wil.

Onderwijsland…..zittenblijvers worden thuisblijvers en dat ligt niet alleen aan het ontbreken van “studieuze houding”.
Ik zal hier thuis met mijn keukentafellief….ja een docent die koks opleidt en nee niet zijn vader en niet zijn leraar….wel verder praten over mijn perceptie en de zijne….

En mijn zoon? Hij trok een blik knakworsten open om het te vieren.

Maandagoverpeinzing: leerlingengedrag

Zo rond 10 over half druppelen ze, met een beker koffie in de hand, het lokaal binnen.
Natuurlijk zoeken ze een plaatsje zover mogelijk achterin en babbelen vrolijk door over de belevenissen van afgelopen weekend. Geen enkele aandacht voor de persoon die geduldig staat te wachten om te kunnen beginnen, een goedemorgen kan er vaak niet eens vanaf.

Continue Reading “Maandagoverpeinzing: leerlingengedrag”